Maximale financieringslast

In Nederland wordt de maximale hypotheek berekend door middel van een maximale financieringslast, ook wel financieringslastpercentages of woonquotes genoemd.

Jaarlijks worden deze percentages berekend en gepubliceerd door het Nibud. In deze woonquote staat vermeld welk deel van het inkomen maximaal aan financieringslasten besteed mag worden.

Enerzijds is de hoogte van het percentage afhankelijk van de hoogte van het inkomen, anderzijds van de hoogte van de (toets)rente. Hoe hoger de toetsrente is, des te hoger is het financieringslastpercentage.

Nieuwe kolommen

Met ingang van 2017 zijn er drie nieuwe kolommen toegevoegd voor rentes onder 2%, 1,5% en 1%. De woonlastpercentages voor leningen met een toetsrente boven de 2% zijn vanaf 2017 hoger dan in 2016. Dit jaar zijn de percentages voor een rente onder de 2% lager dan vorig jaar. Dit betekent dat consumenten die in 2019 een hypotheek willen afsluiten met een toetsrente onder de twee procent minder kunnen lenen. Met een toetsrente boven de twee procent kan er dit jaar daarentegen meer geleend worden.

Hogere woonquote tweeverdieners

Voor de bepaling van de maximale financieringslast voor tweeverdieners geldt dat mag worden uitgegaan van het percentage behorende bij het hoogste toetsinkomen + 70% van het laagste toetsinkomen. Door de gewijzigde berekening geldt een hogere grondslag, waardoor mogelijk een hoger financieringslastpercentage van toepassing wordt. In dat geval kan er meer geleend worden dan op basis van de normen van 2017.

Hogere woonquote alleenstaanden

Voor alleenstaanden geldt ook in 2019 dat het financieringslastpercentage met maximaal 3 procentpunten mag worden verhoogd. Als voorwaarden gelden dat het toetsinkomen moet liggen tussen de 20.000 en 31.000€ en dat het berekende financieringslastpercentage niet hoger mag zijn dan het percentage dat behoort bij een toetsinkomen van 31.000€.