13 februari 2013 Brief van Minister Stef Blok aan de Tweede Kamer.pdf

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

De Nederlandse woningmarkt verkeert onder invloed van de economische crisis in zwaar weer. Zowel op de huurmarkt als op de koopmarkt stokt de doorstroming, mensen verhuizen niet en het consumentenvertrouwen is laag. De bouw heeft te maken met een forse teruggang in productie en daarmee werkgelegenheid. De woningmarkt is tegelijkertijd een markt die hervorming vraagt, aan de huur- en aan de koopkant. Tegen deze achtergrond is het van het grootste belang dat alle partijen op de woningmarkt een duidelijk perspectief krijgen van de te nemen maatregelen en dat de noodzakelijke hervormingen ter hand worden genomen.

Het kabinet heeft met D66, de ChristenUnie, de SGP en de coalitiepartijen overeenstemming bereikt over de aanpak van de problemen op de woningmarkt, door een samenhangend pakket van afspraken te maken. Dit is een pakket waarmee duidelijkheid en vertrouwen wordt geboden aan huurders, kopers, verhuurders en de bouwsector. Deze overeenstemming voorkomt voortgaande onzekerheid over belangrijke hervormingen. Het gaat om een samenhangend pakket dat zich richt op de volle breedte van de woningmarkt (huur, koop en bouw) en zorgt voor de noodzakelijke doorstroming en dynamiek. Het pakket levert eveneens een impuls aan de werkgelegenheid in de bouw. Met dit pakket geven betrokken partijen deels invulling aan de afspraken uit het regeerakkoord, maar op onderdelen worden deze afspraken geamendeerd. Hiermee menen wij tevens recht te doen aan diverse moties van de Eerste Kamer.

Het pakket voor de woningmarkt bestaat uit vier pijlers:

  1. Het aanjagen van (duurzame) investeringen
  2. Een evenwichtige aanpak op de huurmarkt
  3. Meer ruimte voor kopers
  4. Zorg voor kwetsbare groepen op de woningmarkt

Investeringsimpuls

In de eerste plaats bevat het pakket een investeringsimpuls voor de woningmarkt en de bouw. Dit gebeurt door de inzet van diverse instrumenten. Er komt een revolverend fonds voor energiebesparing in de gebouwde omgeving van € 150 miljoen, aan te vullen met middelen vanuit de markt, zodat een totale investeringsimpuls van 600 miljoen wordt bereikt. De BTW op verbouwingen en renovatiewerken in de bestaande bouw wordt per 1 maart voor 1 jaar verlaagd naar 6%. Met deze maatregelen worden investeringen op de woningmarkt aangejaagd en de bouwsector versterkt.

Evenwichtige aanpak van de huurmarkt

Gekozen wordt voor een evenwichtige aanpak op de huurmarkt. Het beleid blijft erop gericht om sociale huurwoningen beschikbaar te laten komen aan die mensen voor wie de woningen bedoeld zijn. De scheefheid wordt met inkomensafhankelijke huurverhogingen bestreden, maar de maximale huurverhogingen worden lager. Voor huishoudens met een inkomen tot € 33.614,- geldt een maximale huurverhoging van 1,5 procent boven inflatie, inkomens tussen 33.614,- en € 43.000,- krijgen maximaal een huurverhoging van 2 procent (was 2,5 procent in het Regeerakkoord) boven inflatie en inkomens boven

€ 43.000,- krijgen te maken met maximaal 4 procent (was 6,5 procent in het Regeerakkoord) boven inflatie. Beoogd is deze huurverhogingen met ingang van 1 juli 2013 in te laten gaan. De nog in te voeren verhuurderheffing kan structureel meer dan volledig worden betaald uit de opbrengsten van de huurverhoging.

De maximale huur blijft gebaseerd op het woningwaarderingstelsel, ook voor huishoudinkomens boven de € 43.000,-, in tegenstelling tot het gestelde in het Regeerakkoord. Over de vereenvoudiging van het woningwaarderingstelsel wordt voor Prinsjesdag een voorstel ingediend. Daarnaast wordt uiterlijk eind 2014 een voorstel voor toepassing van de huursombenadering gedaan.

Huurders die na inkomensafhankelijke huurverhoging geconfronteerd worden met een inkomensdaling krijgen huurverlaging. De privacy met betrekking tot de inkomensgegevens van huurders wordt verder geborgd; de huurder hoeft geen inkomensgegevens te leveren aan de verhuurder.

Meer ruimte voor kopers

Het volledig en annuitair aflossen van hypotheken binnen 30 jaar blijft de norm. Wel komt er de mogelijkheid om naast de hypotheek een tweede lening af te sluiten tot 50% van de waarde van de woning. Tevens wordt het mogelijk gemaakt dat bank en klant afspraken maken over de aflossingstermijn van de tweede lening. Hierdoor kan de looptijd worden verlengd naar bijvoorbeeld 35 jaar. De rente over de tweede lening kan niet worden afgetrokken van de belastingen. Dit betekent dat in de eerste jaren de maandlasten lager uitvallen. Over de gehele periode zijn de kosten echter hoger wanneer de consument voor dit product kiest. Dit leidt niet tot wijziging van de Wet IB 2001.

Aangezien starters bij uitstek de koopmarkt weer aan de gang kunnen krijgen, wordt de rijksbijdrage aan de SVn-starterslening verhoogd van 20 naar 50 mln.

De voorwaarden om corporatiewoningen te verkopen aan bewoners en institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, worden versoepeld. Deze verruiming betreft woningen die op grond van hun maximale huur geliberaliseerd zijn of kunnen worden.

Zorg voor kwetsbare groepen

Kwetsbare groepen op de huurmarkt worden ontzien. Voor onzelfstandige eenheden voor ouderen en studenten hoeft geen bijdrage geleverd te worden aan de verhuurderheffing. Voor groepen van gehandicapten en chronisch zieken (nader door de minister aan te wijzen) komt er een hardheidsclausule waardoor uitzonderingen mogelijk zijn op de inkomensafhankelijke huurverhogingen.

Deze mensen kunnen vaak niet verhuizen en dat is ook niet gewenst gezien de voorzieningen die in hun woning zijn getroffen. Ook biedt dit meer mogelijkheden voor mantelzorg. Huurders met lage inkomens die huurtoeslag ontvangen, worden gecompenseerd voor de stijging van de huren.

Het kabinet houdt vast aan de inzet om de overheidsfinanciën weer gezond te maken en zal komen met voorstellen voor dekking.

Met dit samenhangende pakket aan maatregelen, in de bijlage, pakken partijen de problemen op de woningmarkt voortvarend aan en bieden het benodigde vertrouwen.

De minister voor Wonen en Rijksdienst,

drs. S.A. Blok